Bennebroekbos

In december 2011 berichtten wij u over het Bennebroekbos. Hieronder gaan wij kort in op de geschiedenis van Huis te Bennebroek en de eigenaressen JGM Willink van Bennebroek en AL Willink. Ook laten wij u weten dat Landschap NH op 19 april as een bijzonder interessante avond zal organiseren over historische buitenplaatsen in Zuid-Kennemerland in het algemeen en het beheer van het Bennebroekbos in het bijzonder. SBEZK zal op deze avond een bijdrage leveren, samen met diverse deskundigen die u veel kunnen vertellen over de geschiedenis van onze streek.

De sociaal-economische situatie in Bennebroek rond 1914: Het straatbeeld van het dorp werd rond 1914 bepaald door mensen met handkarren, paard en wagens, rijtuigen en de tram. Alleen burgemeester Van Schuylenburch en mevrouw Willink hadden een auto. In 1912 werd de maximumsnelheid voor auto’s op 20 km per uur vastgesteld. De inwoners van Bennebroek maakten voor hun vervoer gebruik van de stoomtram Haarlem-Leiden en van de trein.

Bennebroek in de Eerste Wereldoorlog: In Bennebroek waren in 1914 ca. negen bloembollenkwekers die in totaal 53 mensen in dienst hadden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) raakte deze bedrijfstak, door het wegvallen van de export, in de problemen en liep de werkeloosheid op. De gemeente zorgde ervoor dat levensmiddelen zoals brood, vis en groenten goedkoop werden aangeboden aan de inwoners.  In 1916 kampeerde een compagnie soldaten van de landmacht op het grasveld van het Huis te Bennebroek, waar ze door Koningin Wilhelmina bezocht werden. Ter herinnering richtte de familie Willink een gedenknaald in het weiland, die er nog steeds staat.  In 1914 kreeg de woningvereniging Bennebroek een voorschot voor de bouw van dertien arbeiderswoningen op een stuk grond dat door mevr. Willink geschonken was. Vijf jaar later kreeg de woningbouwvereniging opnieuw subsidie voor de bouw van arbeiderswoningen. 

 Ambachtsvrouwe van Bennebroek, mevr J.G.M. Willink van Bennebroek, politiek actief

Burgemeester Van Schuylenburch nam in 1919 ontslag. Mevr. J.G.M. Willink van Bennebroek schreef bij het afscheid aan de Commissaris van de Koningin: ‘Wij betreuren zijn vertrek… Maar nu is de hoofdzaak dat wij hier geen rooms-katholieke burgemeester krijgen, daar de Roomschen alhier gaarne meer macht willen krijgen.  ‘

In de Tweede Wereldoorlog: Een deel van het huis werd gevorderd door Nederlandse, en later door Duitse militairen. De bewoonster van het resterende deel was de freule Arnoldine Leonie Willink. Zij was ongehuwd en overleed in 1950. Huis te Bennebroek werd nagelaten aan de hervormde kerk te Bennebroek opdat er een ‘Protestants Christelijk tehuis voor ouden van dagen uit den gegoeden stand’  ingericht werd. Het werd tussen 1951 en 1953 verbouwd tot rusthuis. In 1973 werd het huis afgebroken. Het architectenbureau H.N. van der Wijk ontwierp een grootschalige nieuwbouw met serviceflats, die de naam ‘Huis te Bennebroek’ kreeg.